Weblog Johan Swinnen

Humanistische stadsfotografie - Een zomer lang met Germaine en Odette

29 / 06 / 2012

Sprekend als een nieuwe opa, kan ik melden dat het nemen van foto’s van onze dierbaren nog steeds erg populair is. Ik vermoed dat kleindochter Roos na een week zeker een gigabyte vertegenwoordigt in de geheugenkaartjes van de mobiele telefoons, iPads, camera’s en laptops van de familie.

We reageren op souvenirfoto’s op vrijwel dezelfde manier zoals gewoonlijk met empathie of verveling, afhankelijk van onze relatie met de personen of gebeurtenissen die zijn afgebeeld. We blijven geloven in de macht van de fotografie om onze aanwezigheid in tijd en ruimte te bevestigen en nieuw leven te verwelkomen. De Franse theoreticus André Bazin schreef over het ‘Mummie-complex’. De Egyptenaren mummificeerden hun doden, wij doen onze herinneringen verder leven in foto’s.

Maar wat er misschien wel veranderd is, is de materialiteit van het fotografische beeld zelf. Het is eerder zeldzaam dat we nog een foto op papier in handen nemen. ‘Echte’ foto’s zien we wel nog in de traditionele circuits voor uitwisseling, waardering en onderzoek beoefend door galeries, musea en geleerden.

De digitale foto’s met virtueel karakter creëren een echte verstoring in de politieke economie die traditioneel heeft bijgedragen tot de wetenschappelijke studie van de fotografie. De meeste van dit soort foto’s bestaan alleen tijdelijk, als verschijningen op het scherm of na hun verwijdering uit onze geheugenchip als elektronische sporen op een harde schijf op het bureau of in de afvalcontainer. Roger Kockaerts, onze grootste specialist in conservatie en restauratie heeft me vorige week nog verteld dat harde schijven veel sneller afbreken dan het ouderwetse zuurvrije papier. Dus alle elektronische archieven zijn ernstig in gevaar. Waar zullen wij in de toekomst als (foto-)historici ons studiemateriaal kunnen vinden? We kunnen misschien gaan kijken op Flickr.com, momenteel de thuishaven van het actuele fotoarchief met een uploading van 1.8 miljoen foto’s per dag. Dat is dus meer dan 28 foto’s per seconde op piekmomenten. Het is moeilijk om dit allemaal bij te houden.

Fotografie is sinds het commerciële, academische en museale succes door het gebrek aan duurzaamheid in de schemerzone van de beeldkunst gekomen. Over hoeveel foto’s zal Roos op haar 18 jaar beschikken. Welke harde schijven, USB sticks, cd’s, dvd’s en andere dragers zullen op haar computer in 2030 nog leesbaar zijn? Misschien zal ze blij zijn dat er toch enkele foto’s op een ordinaire Epson van opa geprint de tand des tijds hebben overleefd.

Twee sterke fotomadammen

Om me te verzetten tegen de vergankelijkheid van het beeld en niet in een lamme tristesse te vervallen meld ik met fotografisch genoegen - in deze laatste blog voor het zomerreces - dat ik me deze zomer zal terugtrekken in het fotoarchief van twee vrouwelijke fotopioniers: Germaine Van Parys (°1893-+1983) en Odette Dereze (°1932). Er ligt daar een fotoarchief op me te wachten van ruwweg geschat 30.000 glasplaten en 30.000 analoge negatieven, alsook honderden vintagesprints die een periode bestrijken van 1918 tot 1998. Ik ga me terugtrekken in de kelders van de archieven in een mooie dubbele burgerwoning te Etterbeek. De familie heeft het archief met de grootste zorg geconserveerd en de vinnige Odette staat klaar om met woord en raad uitleg te geven over haar loopbaan als hoffotograaf.

Wie zijn die vrouwen wel? Germaine Van Parys heeft haar meisjesdroom om fotojournalist te worden gerealiseerd. Ze flaneerde als vrouwelijke fotopionier haar leven lang door het Belgische leven. Met creatief vakmanschap fotografeerde zij het volksgebeuren op een openbare markt in Brussel, een schilderkunstig tafereel in het begijnhof in Brugge evenals frivole Franse zangeressen, het genie Albert Einstein of oorlogsvluchtelingen. Bovendien was ze de uitverkoren fotografe voor het Koninklijk Huis. Ze deed dat steeds met talent. Ze focuste zich van 1918 tot 1968 met haar nieuwsgierige blik op de onderwerpen van de dag. Haar foto’s vormen een beeldende journalistieke kroniek van dromen, verdriet en vreugde. Haar foto’s zien we in het licht, mysterieus en krachtig, net zo echt en verrassend als de persoonlijkheid van Germaine Van Parys zelf. Kijk naar de touché van het fotoportret van de twee vrouwen.

Het fotoportret van de twee vrouwen

Odette Dereze, petekind van Germaine Van Parys en zelf ook fotojournaliste mag beschouwd worden als een van de belangrijkste humanistische fotografen in de jaren 1970, 1980 en een eind in de jaren 1990. Haar fotografie verraadt een geschoolde, op de mens gerichte blik. Haar visie is breed naar de maatschappij toe en dat maakt haar werk inhoudelijk waardevol. Ze slaagt erin als een observator het maatschappelijk gebeuren vast te leggen en bovendien beheerst ze het métier om met een foto een verhaal te kunnen vertellen. Haar werk bestaat uit reportages met onderwerpen uit o.a. de politiek, de massacultuur, bedrijven, rampen en manifestaties. Haar oeuvre is ook erg belangrijk omwille van haar portretten van binnen- en buitenlandse persoonlijkheden en ze bouwde een belangrijk beeldreservoir op van hun optreden in het openbare leven. Ze vergezelde het koningspaar op talrijke buitenlandse reizen, zoals naar Bangladesh, USA, USSR, Indonesië en Japan, en was de favoriete fotografe van Koningin Fabiola zoals ook blijkt in bijgaande foto van haar in de serres van Laken.

Koningin Fabiola

Auteursfotografie

Deze twee fotopioniers zijn pleitbezorgers van ‘fotografie als historische bron’. Een belangrijk thema in hun werk was Brussel, de metropool. We zien foto’s waar het stedelijk aspect de nadruk krijgt en in andere zijn het eerder de mensen die centraal staan. Daardoor krijgt de hoofdstad een zekere kleinschaligheid. Het lijkt alsof het leven zich uitsluitend in en rond de straat afspeelt. Dat is natuurlijk niet zo. We krijgen een visuele constructie van de humanistische fotografie te zien. Bij hen is het motto duidelijk: ‘de kwaliteit van het onderwerp bepaalt de kwaliteit van de foto’.

Germaine en Odette zochten altijd een evenwicht dat moest balanceren tussen twee waarden: er bestaat geen schoonheid zonder inhoud en omgekeerd. Het was de opkomst van de auteursfotografie binnen de fotojournalistiek.

Het is echter aan de kijker om haar subtiel, suggestief en verbeeldend fotografisch handschrift te ontdekken. Het fotomateriaal dat mijn zomernachten zal verlichten moet jullie oog bereiken. Maar nog even geduld, eerst ga ik een zomerlang researchen in dit fotoarchief en in de herfst ga ik alles klaarmaken voor een spetterende tentoonstelling ergens in Vlaanderen en een Lu(i)sterboek in 2013. Ik ga de blik van Germaine en Odette bestuderen tot de koude zijn intrede doet. Daarna is het opnieuw tijd om te bloggen. Het ga jullie goed en tot dan!

Johan Swinnen doceert beeldcultuur aan de Vrije Universiteit Brussel en is co-auteur van ‘De kunst van het Fotoarchief’ (Uitg. University Press Antwerp).

Plaats een antwoord op het bericht