Weblog Johan Swinnen

Julie doet mee aan de Canvascollectie

26 / 01 / 2012

Over de risico’s en beloningen van kunst-maken

Onrust in de familie. Mijn nichtje Julie volgt al enkele jaren schilderen aan een avondacademie. Zij is een van duizenden amateurs die dank zij het deeltijdskunstonderwijs (DKO) na haar dagtaak als stadsarcheologe zich creatief en artistiek kan ontplooien. Tweemaal per week treedt zij om zes uur ’s avonds de tempel van de muze binnen. Ieder kan er met toegewijde begeleiding het ding doen wat ze graag doen en dat in een niet-competitieve omgeving. Tekenen naar levend model, staged photography, stillevens schilderen of een Edward Hopper kopiëren: het kan er allemaal.

DKO is gekenmerkt door vrijheid, blijheid en een sterke motivering doorheen alle sociale rangen en standen. Alle mogelijke leeftijden tref je er aan van rang en stand en in diversiteit. De ambitieuze dagstudent kunsten die ’s avonds het metier wil verfijnen, een burgemeester die portretjes schildert, maar ook de freaks die verslaafd zijn aan de geur van terpentijn.

Onzekerheid en discussie

Maar nu heeft de ambitieuze docent van Julie het initiatief genomen om met zijn leerlingen mee te doen aan de Canvascollectie. De eens zo rustige omgeving van het atelier is de laatste weken omgeslagen in onzekerheid, discussies over concepten, selecties, criteria en relevantie. Tijdschriften met en zonder hart voor kunst worden verslonden. Men gaat vaker dan voorheen naar de cafés op het Antwerpse Zuid, want men wil van de kunstcritici aan de toog horen hoe ze in deze intense periode van grote artistieke twijfel er kunnen bijhoren.

Helaas zijn er reeds twee studenten van Julies’ klas weggebleven door dit voor hen enerverend initiatief. Er zijn ook in de gangen van de academie verhitte debatten geweest over het hele opzet van de Canvascollectie dat zich in alle Belgische windrichtingen vertakt. Samen met een overwinning van Philippe Gilbert en Kim Clijsters is dit de zoveelste poging om kunstenaars met het predikaat Made in Belgium in het doosje van Bozar te begraven, en dit met een tricolore strik errond. Surreëel is het concept in ieder geval omdat onze amateurs maar ook professionele kunstenaars immers bij geen enkele familie horen.

Mijn nichtje Julie werkt creatief in de luwte en zal indien ze voldoende talent in huis heeft zich alleen waarmaken door haar eigenzinnig talent. Zijn er daar competenties voor nodig? Ja, maar geen wedstrijden met de onvermijdelijke selecties door kleinere en grotere kunstpauzen. België heeft internationaal de reputatie verworven van een ‘Europese culturele smeltkroes’. Bepaalde aspecten van de communautaire problematiek op het terrein van kunst en cultuur in ons land worden bemoeilijkt door evoluties inzake natievorming en identiteit, en door de mythes daaromtrent. Belgische mythes als de ‘Belgitude’ moeten kritisch herbekeken worden. Dit Canvas-event om amateurkunstenaars te laten ontdekken door professionele beoordelaars geeft daar alle kans toe.

Ik jureerde diverse keren in de jury voor de Canvascollectie. Ik zie de kandidaten voor me: de angstige blikken, de rode vlekken in hals en op hun hoofd, de uit het hoofd geleerde zinnetjes om te antwoorden op: Waar gaat je kunst over? Wat gebeurt erin? Het was aandoenlijk te zien hoe deze vaak zachte, creatieve en gevoelige mensen echt hun best deden om hun werkjes ingelijst te krijgen. Of ze hadden hun hele familie mee om hun werk te transporteren naar het heilige huis der kunst, het museum, en om het te tonen aan de driekoppige jury.

Belgische kunst?

Heeft dit enorme organisatorische event wel zin zoals het nu georganiseerd wordt van Noord tot Zuid? Immers, het natiebesef wordt in een belangrijke mate bepaald door de aanwezigheid van gemeenschappelijke communicatiemiddelen. In de eerste plaats speelt de taal daarin een rol, maar daarnaast ook kranten, tijdschriften, radio en televisie, fotografie, film en internet. In België zijn al deze media grotendeels exclusief ofwel Vlaams, ofwel Belgisch-francofoon. En een beetje Duits. Tussen deze drie culturele groepen is er vrijwel geen overlapping meer. Niet alleen verandert daardoor onvermijdelijk het ‘natie-gevoel’, maar vooral zijn er twee openbare opinies ontstaan. In ons land moet men dus op het vlak van kunst en cultuur bij elke zinvolle bespreking van de communautaire problemen rekening houden met de afwezigheid van een gemeenschappelijke publieke opinie. En dat speelt ook een rol in de kunstscène.

Een fase van verwarring

Julie en vele anderen verkeren door de Canvascollectie in een fase van verwarring. Die verwarring is niet beperkt tot het al dan niet deelnemen aan de Canvascollectie, maar geldt ook voor de hoop en verwachting die ons denken over kunst en onderwijs elk afzonderlijk een tijdlang beheerst heeft. Er is behoefte aan een nieuw perspectief dat onafhankelijkheid centraal zet in het denken over beelden met de nadruk op zingeving en humanisering. Ook op andere terreinen van het cultuurmaatschappelijk leven is deze verwarring aanwijsbaar en is er behoefte aan een internationale heroriëntatie. Je moet participeren om te voelen. De Canvas-televisieshow vernietigt de begeerte die de kunstwerken uitstralen en op termijn ook de gevoeligheid, de rationaliteit en de motivatie. Uiteindelijk zal de Canvascollectie zichzelf vernietigen.

Foto: © Johan Swinnen

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

7 Antwoorden op “Julie doet mee aan de Canvascollectie”

  1. jessica Zegt:

    ook ik deed mee aan de canvasollectie, ogenschijnlijk kalm deed ik mijn verhaal en probeerde uit te leggen wat voor mij zo duidelijk was.
    ik vond dat mn werk voor zich spreekt.
    ook al werd ik nu niet geselecteerd voor BOZAR, ik vond het nuttig om feedback te krijgen van anderen;
    het doet me anders kijken naar mijn werk en intenties, en geeft me nieuwe moed om verder te blijven wroeten en zoeken

  2. De Koninck Peter Zegt:

    Waarde Heer Swinnen,
    dit is een prachtige tekst, en een perfect verwoorden van de tegenstrijdige gevoelens die de ganse Canvascollectie al meerdere jaren teweeg brengt! Ik moet zeggen, toen ruim 4 jaar geleden het initiatief voor het eerst opgestart werd, was ik aanvankelijk enthousiast. Maar algauw, bij nadere beschouwing, voelde ik meer en meer reserves bij mij opkomen. Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen van het oorspronkelijke opzet, maar al van bij de eerste editie vond ik dat een hoop mensen figuurlijk in hun blootje gezet werden. En wees eerlijk : herinneren we ons nog de namen van de vorige winnaars nog? Hebben zij nu een grootse internationale carrière gemaakt? Ik voelde pijnlijk plaatsvervangende schaamte bij het aanschouwen van juffrouw Agnew’s reactie indertijd, toen zij als winnares uitgekozen werd, en wat me het meest ergerde was dat hiermee nog maar eens het cliché bevestigd werd van de “kunstenaar” met een hoek af… Maar ja, de kijker wil dit waarschijnlijk graag bevestigd zien, want een kunstenaar die naarstig en onverdroten in alle stilte én ernst in zijn ruimte werkt, levert nu eenmaal geen “interessante” televisie op. Enfin, de ruimte hier is te klein om al mijn gevoelens te verwoorden… Nog dit : zelf geef ik ondertussen ook reeds jaren les in het DKO, en uw beschrijving klopt perfect, van de (ongezonde) competitie die teweeg gebracht wordt. Want toch nog even dit : hoewel er af en toe wel degelijk eens een witte raaf (of zwarte parel, zo U wil) opduikt tussen de mensen die één of andere avondkunstrichting volgen, zijn de mensen daar, met alle respect, beoefenaars van een geliefde hobby. Kunst is niet iets dat je doet nà dat een hoop andere taken gedaan zijn, en er dan nog een béétje tijd overblijft… Nee, een echte, ware kunstenaar heeft reeds van bij het begin, vroeg in zijn (haar) jonge leven gekozen voor de kunst, en stelt zijn leven dààr op in, en niet omgekeerd. Maar er zijn (gelukkig) steeds wel uitzonderingen op deze regel, doch ze zijn zeldzaam… Enfin, ik vrees dat deze omschrijving me niet in dank zal afgenomen worden, maar ik moest het toch even kwijt, met alvast mijn excuses voor eenieder die zich persoonlijk aangesproken voelt, want dat was geenszins de bedoeling…
    Het ga U goed, Heer Swinnen.

  3. Karel Zegt:

    Dus de essentie van het probleem van de heer Swinnen is dat het een ‘Belgicistisch’ programma zou zijn en dat de VRT samenwerkt met de RTBF? Vlaams-nationalistische beeldenstormers kunnen niet verdragen dat veel kunstenaars en intellectuelen zich niet willen inschakelen in hun nationalistisch natievormend project en beginnen dan maar alles wat niet in hun eng plaatje past te beschuldigen van Belgicisten te zijn. Het is de heer Swinnen die cultuur en kunst wil gebruiken voor politieke doeleinden en niet de makers van de Canvascollectie.

    Blijft de paradox van het Vlaams-nationalisme anno 2012. Enerzijds vallen ze mensen aan die over “taal”grenzen durven kijken en anderzijds zitten ze te praten over internationalisering en internationale heroriëntatie.

    Een van de beste culturele zenders van Europa ARTE is een samenwerkingsverband tussen Duitsland en Frankrijk. Als Duitsers en Fransen samen uitstekende culturele programma’s maken en daarmee de Europese “gedachte” willen versterken waarom zouden Vlaamse en Franstalige zenders niet mogen samenwerken. Wat is Vlaamse kunst en waarom zou die wel mogen bestaan en Belgische kunst niet? Is er in Vlaanderen trouwens een gemeenschappelijke publieke opinie? Ik dacht het niet.

  4. Bruno Vackier Zegt:

    Vorige zaterdag nam ik voor de derde maal deel aan de canvascollectie, de eerste maal had ik van 1 jury één ja gekregen,
    in 2010 door de preselecties met 1 werk. Dus voor dit jaar lag de lat ietsje hoger, de Bozar? Ik had gekozen voor één werk i.p.v. drie. (hiervoor had ik mij laten adviseren door iemand in het vak) Vorige edities begon het meestal met: stel jezelf maar eens voor, … Maar dit jaar begon de jury met een soortgelijke zin: Wij zullen ons eens voorstellen, ik ben galeriehouder X en kunstenaar Y en Z. Ik begreep hun argumenten wel, maar het sfeertje stoorde mij, een jury-lid vertelde mij “dat moet wel veel gekost hebben deze uitvoering?” ik begreep niet waarom ze die vraag stelden, misschien verwachten ze niet dat een “amateur” niet met professionele prints afkomt, maar dat voor een fotograaf dit wel gepermiteerd is? Voor de eerste maal dit jaar had ik het idee om niet meer deel te nemen aan de volgende editie.
    Wat mij niet belet om nog meer gemotiveerd te zijn dan voordien. Ik mocht me blijkbaar niet laten leiden door mijn emoties, maar kunst is nu éénmaal een deel emotie, niet? Ik geloof ook dat de canvascollectie over zijn hoogtepunt heen is… Een gemiste kans? Ik denk het niet. Tegen de stroom in loont meestal meer.

  5. Michel Zegt:

    Misschien even deze bedenking.
    Kunst is altijd een zaak van de elite geweest , en zal dat altijd blijven.
    Niet dat ik daar blij mee ben, maar dat is een historisch gegeven.
    Het is dus een illusie te denken dat tv-programmas daar ook maar enige verandering kunnen brengen.
    Daar is het wereldje veel te gesloten voor.
    Sad but true.

    En o ja, ook een waarheid en een historisch gegeven: kunstenaar of kunstenares zijn is niet iets dat je zomaar wordt als hobby. Dat is een levensstijl en dat heeft consequenties.

  6. Jos Van Hecke Zegt:

    Ik kan het ermee eens zijn dat een kunstwerk niet enkel de persoonlijke stempel van de kunstenaar draagt maar ook altijd wel ergens een reflectie is van de gemeenschap waartoe de kunstenaar effectief behoort of aanvoelt te behoren. Maar dan hebben we het wel over kunst, kunstenaars en kunstwerken en niet over vrijetijdsbesteding, artistiek creatief bezig zijn of creatief-decoratief knutselen en dus ook niet over amateur-’kunsten’ en amateur-’kunstenaars’. Een amateur-’kunstenaar’ kan zowat alles en iedereen zijn behalve een kunstenaar. Kunstenaar wordt, leert of speelt men niet, men is dat of men is dat niet. In (volwaardige) academies worden geen kunstenaars gemaakt maar (bij)geschoold, geboetseerd. Zo zou het althans moeten zijn maar de hedendaagse realiteit is dat onze (voltijdse) academies veeleer bedrijfsmatige methodes hanteren om ‘kunstenaars’ aan de lopende band te maken via het jaarlijks afleveren van officiële ‘master’ attesten. De meeste daarvan zijn eigenlijk maar schijn omdat het slechts om ‘kunstenaars op papier’, om op papier gemaakte, papieren ‘kunstenaars’ gaat. Dit is goed voor de naam en de subsidies van de Academische Fabriek & Artistiek Geaffilieerden maar slecht voor de (papieren) ‘kunstenaar’ en zeer slecht voor de kunst. Dit heeft ook te maken met de progressieve devaluatie van kunst in wat men ‘hedendaagse kunst’ noemt. Het volstaat heden ten dage al een ‘idee’ te hebben, ja zelfs om alleen maar te beweren dat men een ‘idee’ zou hebben om als hedendaags ‘kunstenaar’ te worden benoemd door de benoemende instantie die hiermee eigenmachtig niet alleen de ‘kunstenaar’ maar ook het ‘kunstwerk’ maakt dan wel afmaakt. Het is pure schijn en gebakken lucht maar het wordt effectief verkocht als ‘kunst’ ( zie verder de stichtelijke historie van Laarmans, zijn Kaas, zijn Lijm en zijn Been). Amateur-’kunstenaars’ hebben ook niets van doen, niets te zoeken, niets te vinden en nog minder te winnen bij een officieel erkend en gesubsidieerd kunst instituut als ‘Bozar’ dat zich - alleen al door deze lichtjes kinderlijk klinkende naam - maar vooral via het sponsoren van op amateur-’kunstenaars’ gerichte evenementen zoals de ‘canvas collectie’ geheel tegen haar fundamentele doelstelling, opdracht en verondersteld prestige in aandient en gedraagt als een soort ontspannend-consumptieve jaarbeurs, ‘Messe’, ‘fair’, ‘foire’ van het beter geachte Belgische creatieve knutselwerk uit alle denkbare uithoeken - van het hoge noorden tot het diepe zuiden - van het koninkrijk België. Dit kan en dit klopt ook omdat alle creatief-decoratieve (design) knutselwerken van en uit het hele koninkrijk en van een wijde landen cirkel daar rond steunen op gemeenschappelijke attitudes en krak dezelfde werkwijzen en vormgevingen. Het is dus geen kunst maar door dit creatief knutselwerk in ‘Bozar’ feestelijk op te hangen wordt wel de valse schijn gewekt dat het over kunst gaat, waarmee het enerzijds volkomen in lijn komt te liggen met de devaluatieve evolutie van kunst in de ‘hedendaagse kunst’ en anderzijds ook een volkomen vals beeld ophangt van de verdiensten, de eigenwaarde en de eer van de amateur-’kunstenaar’ die geen kunstenaar is maar zich aldus wel gaat inbeelden dat hij door de erkende benoemende instantie tot ‘kunstenaar’ werd benoemd. Daarom zou het mijns inziens veel beter zijn - zowel voor de kunst als voor de amateur-’kunstenaar’ - dat ‘amateur’ en ‘kunstenaar’ van elkaar worden losgekoppeld en dat het creatieve artistiek-decoratieve, speelse of kritische werk van de amateur als dusdanig wordt erkend, gerespecteerd, gewaardeerd en door de (betrokken) gemeenschap ten volle ondersteund en gesubsidieerd, niet individueel maar als collectiviteit waarbij er best ook voor elke individuele amateur een plaatsje op het collectieve amateur podium kan worden vrij gemaakt voor minstens één van zijn creaties. Noem het collectief participatief cultuurbeleid dat echter in geen geval een synoniem mag noch kan zijn voor kunstbeleid waar trouwens door de subsidiërende/ondersteunende overheid veel hogere en stringentere eisen zouden mogen worden gesteld op het vlak van de maatschappelijke artistieke functionaliteit (niet het luna park gehalte) van het kunstwerk, desnoods tegen de internationaal waaiende kunst wind in. Om te beginnen kan ‘Bozar’ zich exclusief concentreren op kunst, niet op het creatief knutselwerk van de amateur-’kunstenaar’, zoals Jan Hoet zelve bij zijn mediatiek opgeklopt pauselijk bezoek aan de vorige editie van de ‘canvascollectie’ ongegeneerd maar ook onverbloemd heeft laten blijken (”wa es da hier, op wa trekt da, allee zeg…enz.”).

  7. Michel Zegt:

    @jos van hecke

    Dat zij veel woorden. Maar vat het nu eens in drie zinnen samen. Als je dat niet kunt, is je tekst overbodig.

Plaats een antwoord op het bericht