Vaart wel en tot laters, afscheid bij de Titanic
04 / 05 / 2012
© 10 april 1912, om twaalf uur ’s middags verliet de Titanic Southampton
De maan
Soms kijk ik naar de maan. Haar uitdrukking verandert naargelang de maand. Ook op de avond dat we voor het eerst gevoeld hebben dat de situatie niet kon blijven duren, dat aan alles een eind kwam. Deze conclusie was droevig, werkelijk droevig. Ik praat weinig, ik voel me zonder kracht en ben bedroefd door het effect van de wijn op de intelligentie van de vrouw, mijn lief voor wie ik respect heb. Ik dacht aan de alcohol, het is een heel gevaarlijke vijand, een vijand met veel macht, die alles kan vernietigen. De herinnering aan mannen waarvan het familiale leven vernietigd was door het leven van een aan alcohol verslaafde vrouw, die beelden kwamen terug in mijn geheugen. Al vanaf kind wist ik dat het geen enkel voordeel had om te vluchten in alcohol. En ik was sowieso een rebel.
Titanic
Ik kon alleen maar toekijken naar dat wat bij ons relationeel vernietigd werd tijdens een bezoek aan de Titanic-tentoonstelling. Na het bekijken van de film in de vroegere kluiszaal verlieten we het bezoekerscentrum en gingen wat wandelen, het was mooi weer, niet meer zo warm, er was een frisse wind die het dorpje deed ademen, maar er was geen enkel contact tussen ons, ik liep wat apart. We liepen naar het station en zagen in de verte een groot huis waar een Vlaamse leeuw wapperde. Dat symboliseerde het gevoel van verlatenheid dat ik ondervond, ik was heel droevig, ik had bijna willen wenen, dat zou me geholpen hebben, maar het was verboden, ik moest elke emotie vermijden want zodra zij er de kans zou toe hebben zou ze het gebruiken tegen ons.
‘Hable con ella’
En vandaag een week later zie ik in een film van Almodovar een gelijkaardige scene waar een man tranen in zijn gezicht had en zich echt verloren voelde en terecht was gekomen tussen de klauwen van de leeuwin. Net als ik terecht gekomen bij een leeuwin die verslindt. Ik herinner me de woorden van de regisseur: ‘Als ik The searchers had geregisseerd, dan had ik John Wayne doen wenen. Volwassen mannen moeten huilen: dat lucht op, als een katharsis.’ Ik had steeds gehoopt dat de semiotica in haar mijn boodschap zou begrijpen maar dat was niet het geval. Die herinneringen zijn pijnlijk.
Het gelaat
Ze had steeds problemen met de aanvaarding dat haar gelaat antipathiek en hard was en afstand uitstraalde. Moest zij aanvaarden dat al jaren haar gelaat geïnterpreteerd wordt met boosaardigheid? Dat haar gezicht aanleiding geeft tot vluchten, zelfs wanneer ze zwijgt? Toen ze klein was, zag ze er al niet erg gracieus uit, ze had dat ontdekt toen ze opmerkte dat bepaalde personen uit haar familie met haar lachten. Ze zag er voor hen ondankbaar uit. Dat was het. En ze waren er droevig over. In haar verdriet moest ze zich verbergen. Ze moest zich als een ongeboren kind helemaal in die vorm buigen. Misschien moest ze verdwijnen en zich nooit in het volle daglicht tonen, tenzij ze haar gezicht artificieel vrolijk kon maken zoals iemand op een carnaval die enkel naar buiten gaat voor het feest. Het is heel moeilijk voor haar om te leven met die hardheid die velen haar verwijten: ook zij van wie ze houdt.
Eiland
Vandaag is zij ver weg, ergens op een eiland waar ik noch de naam noch de ligging van ken. De dag van haar vertrek heeft zij uitgelegd dat zij op zoek ging naar iets wat heel oud was. Zij wilde er niets meer over zeggen. Wist zij zelf wel waarover het ging? Haar reis zou een onbepaalde tijd duren. Minstens enkele weken, misschien maanden, misschien voor altijd. Dat kon niet uitgesloten worden, niemand weet het. Zelfs zij niet, wanneer zij terug zal zijn.
Zij wil zich afkeren of misschien wel beschermen voor de wereld. Hebben we haar allen doen vluchten? Wij die wachten vol ongeduld op haar terugkeer? Maar wachten we echt? Wat verwachten we ?
Pappenheimers
Wie wacht nog op haar? Er zijn bij de verantwoordelijken voor haar vlucht een aantal heel stoute mensen die gedacht hadden dat ze een gevaarlijke en machtige vijand zouden elimineren. Ze waren tot de tanden gewapend. Ze hebben haar onverwachts aangevallen. Ze waren overtuigd dat ze haar in hun val zouden lokken. Ze waren verbaasd dat zij heel weinig weerstand gaf en dat zij geen weerstand bood. Er was een soort dreiging. Er was een fantasme bij die vijanden. Ze hebben haar met de vinger gewezen. In hun dwaasheid hebben ze blind toegeslagen. Eigenlijk zijn ze er bijna zelf aan ten onder geraakt. Het heeft een hele storm veroorzaakt, maar is zij nog wel op een eiland? We hebben elk spoor van haar verloren, maar wie maakt er nu eigenlijk zorgen over haar? Ik ben gebleven waar ik was en wacht op een teken. Zonder te weten of dit zin heeft. Ik weet niet of mijn passieve houding haar ontdekking en haar terugkeer zal kunnen versnellen. De fout zit hem in het feit dat men stopt en er geen enkele beweging meer is, geen enkele ervaring, geen enkele evolutie. Iets stoppen, dat is iets bevriezen. En dat bestaat eigenlijk niet. Ik moet ook weggaan. Ik moet handelen zonder doel. Het zal mijn manier zijn om haar te helpen in haar wil om definitief weg te gaan. Zo kan ik aan haar vertrek een zin geven.
De berg van steen
Men zegt dat liefde bergen kan verzetten. Men zegt dat liefde braakliggende grond in een paradijselijke tuin kan veranderen. Men doet ons geloven in de liefde en in haar kracht. Is dat de kracht? De stilte die hier heerst is er een van een andere wereld. Is het een stilte voor iets of een stilte na iets? De warmte en de wind brengen een boodschap. Waar ben ik? Gaat het om een mentaal universum dat ook steriel is omdat ik besloten heb niet meer te leven? Zou ik ooit gekozen hebben om zo te wachten zonder iets te doen. Immobiel. Ik heb me teruggetrokken uit de wereld. De wereld is dood, want ik vind geen rode draad meer.
Lang geleden is alles al gebeurd. Mijn leven was honderdmaal geleefd. Moest ik dan nog geboren worden? Ik sta stil zoals die dag toen ik inzag dat anderen mijn plaats al hadden ingenomen en dat alles allang gebeurd was. Emigratie is van alle tijden.
Geïnspireerd op expo: ‘Vaart wel en tot laters’, de Belgische opvarenden van de Titanic in HaBe, Bruulstraat 18, Haaltert. Tot 13 mei. Info: www.hkhaaltert.be
Johan Swinnen doceert hedendaagse kunstgeschiedenis en beeldcultuur aan de Vrije Universiteit Brussel en is schrijver.








Shimon Attie
